Marinus Tabak, RWE en VVD-kandidaat-Kamerlid: “Als wij in Nederland de omslag naar duurzaamheid niet voor elkaar krijgen, waar dan wel?

Marinus Tabak, directeur van de RWE-elektriciteitscentrale in Eemshaven, is kandidaat-Kamerlid voor de VVD. Voor vragen over het verkiezingsprogramma verwijst hij bescheiden naar de huidige woordvoerder. Eén ding wil hij wel kwijt: hij zou graag willen werken aan meer feiten en minder polarisatie in het klimaatdebat. Als verantwoordelijke voor de elektriciteitscentrale is hij trots op de grote stap richting duurzame energie die hij met zijn team zet. De biomassa die wordt gebruikt voldoet aan de strengste criteria die er gelden. “En het maakt veel uit of je een rookgasreiniger van 1 miljard euro gebruikt of het thuis in de open haard gooit.” In 2019 riep Petrochem Platform Marinus Tabak uit tot Plant Manager van het jaar. Als man van acties hamert hij erop dat bedrijven in de duurzame energiesector moeten leveren. “Haal in de offshore wind ontbrekende schakels naar Nederland. Als de NVDE eraan kan bijdragen dat we hier een geoliede machine hebben richting energietransitie, dan sla je een flinke deuk in een pak boter.”

Waarom wilt u graag Kamerlid worden voor de VVD?
“Ik werk in het bedrijfsleven en zet me elke dag in, samen met mijn team, om het bedrijf stapje voor stapje nog beter, sterker en groener te maken. In de politiek zitten kundige mensen die ons vertegenwoordigen, maar wel meer op afstand staan. Ik zie bijvoorbeeld weinig vertegenwoordiging vanuit de industrie met een bèta-achtergrond, maar ook weinig mensen uit Noord-Nederland. Daarom wil ik na bijna twintig jaar lid te zijn van de VVD in actie komen en mijn steentje bijdragen aan het debat.”

Wat wilt u voor elkaar krijgen in de Kamer?
“De fractie maakt uit wie welke portefeuille krijgt. De woordvoerders die de VVD heeft, snappen wat de uitdagingen van de sector zijn. Ik vind het mijn missie om feiten te brengen en de polarisatie eruit te halen. Dan ben ik gelukkig. De waarheid is niet zwart-wit. De klimaatuitdaging is groot. Het helpt niet als de ene helft zegt dat de uitdaging enorm is en de andere helft zet de hakken in het zand. We hebben al zoveel bereikt en er is zoveel vernuft en rijkdom in Nederland. Maar de transitie lukt niet als we blijven polariseren. We moeten met rust naar elkaar luisteren en over feiten praten. In welk dossier je ook kijkt, overal zie ik geregeld denken in uitersten en weinig in oplossingen.”

U staat op plek 41 en dat lijkt nog verkiesbaar ook, met de huidige peilingen. Verrast?
“Natuurlijk. Het zou super zijn als ik in de Kamer kom, dan kan ik de daad bij het woord voegen. Ik vind het een ontzettende eer dat ik op deze plek sta. Je weet wie je bent en wat voor kwaliteiten je hebt en je hoopt dat anderen dat zien, maar het is voor iemand uit de industrie en ver weg in het Noorden lastig om jezelf te laten zien, zeker in covid-tijd. En ik ben door mijn baan altijd onder de pannen. Ik kan niet avond aan avond met politiek bezig zijn. Ik vind het mooi dat de VVD mij deze plek heeft gegeven. Ik ben ook apetrots dat er zoveel vrouwen op de lijst staan. Ik heb mijn hele leven met een reden op een vrouw gestemd, want een afspiegeling van de samenleving begint daar.”

U hebt uw ingenieursdiploma gehaald aan de École Nationale Supérieure du Pétrole et des Moteurs in Parijs. Dat klinkt wel héél fossiel. Wat heeft u met de energietransitie?
“Alles. Ondertussen werkt deze universiteit in Frankrijk ook aan hernieuwbare energie hoor. De naam is al honderd jaar oud. De energietransitie is ook van alle tijden, van turf naar steenkool en aardgas. Elke dag wordt er gewerkt om nieuwe uitdagingen op te lossen. Ik werk op een kolen- en biomassacentrale, daar draag ik actief bij aan oplossingen. Wereldwijd wordt nog veel fossiele energie gebruikt, in sommige landen nog nagenoeg honderd procent. Als een ingenieur daar methaanlekkage (en daarmee uitstoot) kan voorkomen, is dat heel waardevol. Natuurlijk gaan we elektrisch rijden, waterstof inzetten, vaker met de fiets en thuiswerken. Daar zetten we ons vernuft op in. Tegelijkertijd moet de wereld die nog op fossiel draait, blijven draaien gedurende de transitie en stapje voor stapje overgaan op hernieuwbare energie. Zo’n 85 procent van de  energiehuishouding is nog fossiel.”

Sinds wanneer bent u overtuigd van de noodzaak van een omslag naar duurzaamheid?
“Al een hele poos. In groep zes was ik al gefascineerd door het opwekken van energie en had ik in mijn tekenschrift een centrale getekend met een schema uit een boekje uit de bieb. In 2006 was ik al bezig met waterstof. Goedkope energie staat voor vooruitgang, hoe je het ook went of keert. In de jaren zestig leefde meer dan de helft van de wereldbevolking in armoede. Nu zijn we met twee keer zoveel mensen en minder dan tien procent is arm. Dat is nog steeds teveel, maar het is een enorme vooruitgang. Dat is gelukt dankzij betaalbare en betrouwbare energie. Dat is het fundament van ons bestaan en van de toekomst. Het is evident dat het duurzaam moet. Tegelijkertijd zijn er mensen die vandaag al alle fossiele energie weg willen hebben. Dat gaat niet. We moeten er keihard aan werken. Het klinkt cliché, maar die film van Al Gore, een ongemakkelijke waarheid, was echt een aanjager. Elektrificatie is één van de middelen in de energietransitie, hoe je die stroom ook maakt. Daarom zit ik al vanaf dag één in de elektriciteitsbusiness.”

U bent directeur van een kolencentrale die biomassa bijstookt. ‘Fossiele CO2 moet onder de grond blijven’, zei u in een eerder interview. Hoe matcht dat?
“Het einddoel is een samenleving die geen CO2 toevoegt aan de atmosfeer. Wie je ook spreekt, bij welk bedrijf ook, en ook mensen in de fossiele sector hebben dit als missie. Zij hebben ook kinderen en willen de wereld beter achterlaten. RWE wil in 2040 CO2-neutraal zijn. Ik kan een zonnepark aanleggen, maar de grootste impact kan ik hier in de Eemshaven hebben. Wij maken voor 3 miljoen huishoudens de stroom. Onze droom is om uiteindelijk CO2-negatief te zijn: we willen CO2 uit de lucht halen, door biomassa te combineren met het gebruiken of opslaan van CO2. Mijn professor in Parijs zei al dat we de CO2 moeten opbergen in hetzelfde laagje in de aarde waar het vandaan komt. Nog liever wil ik er iets nuttigs van maken. Van CO2 in combinatie met groene waterstof kunnen we methanol maken. In een grote campus in Duitsland maken we er DME van, een dieselvervanger. En hier in Noord-Nederland willen we een grote elektrolyser, die groene waterstof maakt met behulp van windenergie op zee. Wind geeft pieken en dalen. Je moet iets met die stroom.”

Uw centrale stookt biomassa bij, met name uit de Baltische Staten. We moeten het beter uitleggen, zei u eerder. Helpt dat wel?
“Ik heb veel nagedacht over het imago van biogrondstoffen. Uitleggen klinkt een beetje alsof mensen het niet snappen. We waren druk bezig om het operationeel voor elkaar te krijgen, en vergaten om de maatschappij te laten zien wat we doen. We moeten de uitdagingen laten zien. Onder het begrip biogrondstoffen vallen veel verschillende dingen. En of je een rookgasreiniger van 1 miljard euro gebruikt of het thuis in de open haard gooit, maakt ook veel uit. Alles wordt op één bult gegooid. De politiek mag ook meer de eerlijke feiten laten zien. Nederland heeft de meest stringente certificering die ik ken in de wereld. Dat doen we goed. Maar als ik het jou in vijf minuten moet uitleggen, dan ben je er niet. Het is complex. Certificering garandeert veel waar mensen oprechte zorgen over hebben. Zoals de zorg dat we iets weghalen wat nooit meer terugkomt, zoals oerbos. Of dat we het land kaal achterlaten. Of de biodiversiteit. Die zorgen zijn één voor één benoemd in de certificering en worden onafhankelijk gecontroleerd. Tegelijk kunnen we vanuit Nederland niet in ons eentje de hele wereld veranderen, dat moeten we samen doen. Dat er akelige dingen gebeuren elders in de wereld, daar moeten we wel wat aan doen, maar dat zegt niet zoveel over de biomassa die wij in Nederland gebruiken. De campagne Biomassafeiten.nl is steengoed. Die brengt feiten, op een leuke manier.”

U zei eerder: ‘Steenkool is spotgoedkoop, gas ook. Biomassa kost het dubbele. Dat is het probleem. Je kan drie dingen doen om dit op te lossen: een heel hoge CO2-prijs, een subsidie op duurzame energie of een marktmechanisme dat je verplicht om duurzame stroom in te kopen. Hoe kijkt u daar inmiddels tegenaan?
“Er is een mix aan maatregelen nodig. Het Klimaatakkoord geeft die mix van alle drie deze elementen al aan. Het uitvoeren van het Klimaatakkoord, daar moeten we ons volledig op richten. We hebben veel tijd besteed aan overleggen en het maken van keuzes. Ik ben natuurlijk een operationeel figuur, ook in mijn bedrijf. “Actions speak louder than words.”

Wat vindt u van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)?
“Ik zie Olof van der Gaag vaak, ook in de media. RWE is onlangs lid geworden van de NVDE. Daar ben ik wel trots op. Het zegt veel over ons bedrijf of niet dan? We hebben de afgelopen jaren een megatransformatie doorgemaakt. Ik vind dat machtig. Ik heb nauw samengewerkt met de Britse evenknie van de NVDE, de Renewable Energy Association. Het is van belang dat een krachtige vereniging als de NVDE zich inzet om het draagvlak voor deze energietransitie te blijven behouden. Ik denk dat dat draagvlak er heel erg is, maar om dat te houden, moeten alle leden hun acties in lijn blijven brengen met hun woorden, vanuit een oprechte gedachte voor een betere wereld. Als deze club dat voor elkaar weet te krijgen, is dat goed voor de leden en voor de samenleving. Ten tweede geldt ook voor alle bedrijven die aangesloten zijn bij de NVDE dat acties duidelijkere taal spreken dan woorden. Ga leveren, ook onderling als bedrijven. Zorg bijvoorbeeld in de offshore wind dat de supply chain soepel loopt, dat we van alles het beste hebben, en dat we de ontbrekende schakels naar Nederland halen. Als de vereniging eraan kan bijdragen dat we in Nederland een geoliede machine hebben, dan sla je een flinke deuk in een pak boter. In Nederland kunnen we al veel, maar in Denemarken lopen ze voorop met windenergie. Bij de volgende innovatie moeten wij als Nederland zorgen dat we een belangrijkere rol spelen.”

Hoe duurzaam woont en reist u zelf?
“Onder de douche moest ik hierover nadenken. Mijn vrouw en ik zijn van de klassieke goede voornemens. Elk jaar hebben we er één op duurzaamheid, al verschillende jaren. Ik rijd op groen gas, op biomassa, zeg ik op de zaak. Toen we die keuze maakten een paar jaar geleden, was elektrisch nog geen optie voor de lange afstanden die ik vaak afleg. We hebben zonnepanelen en een zonneboiler en een huis met A+-label. We hebben extra isolatie aan laten brengen. Mijn vrouw gaat met de trein naar haar werk in Zwolle. En misschien moet ik het niet in het openbaar vertellen, maar ik heb maar een paar kleren. Ik heb één paar nette schoenen en ik draag al jaren dezelfde broeken. We zijn simpele mensen, mijn vrouw en ik. Twee jaar geleden namen we ons voor om minder plastic te verbruiken. We doen boterhammen niet meer in zakjes. Als je ziet in hoeveel piepschuim spullen verpakt zijn! Wij vinden het een uitdaging om continue te kijken hoe we plastic kunnen verminderen. Mijn vrouw komt uit India, dus het is voor ons niet moeilijk om weinig vlees te eten: de Indiase keuken heeft heerlijke vegetarische gerechten.”